Word lid!

Syndroom van Joubert

 

Joubert Syndroom en verschijnselen
Diagnose
Oorzaak

Overerving

Behandeling en adviezen

Onderzoek tijdens en voor de zwangerschap

Wetenschappelijk onderzoek in Nederland

Relevante websites

 

Joubert Syndroom en verschijnselen

Het Joubert syndroom (afgekort als JBS) is genoemd naar de Canadese arts Joubert, die in 1969 een aantal kinderen beschreef met de typische kenmerken van de aandoening. Syndroom wil zeggen een bepaalde combinatie van klachten en verschijnselen. JBS komt bij ongeveer 1 op de 80.000 pasgeborenen voor. 


De verschijnselen kunnen bij JBS van persoon tot persoon erg verschillen. Sommige hebben veel, andere veel minder klachten. Hieronder volgt een opsomming van alle verschijnselen die kunnen optreden bij JBS, maar meestal niet bij iedereen aanwezig zijn. 

Ontwikkeling

Een ontwikkelingsachterstand komt meestal voor. Dit betreft zowel de motoriek als de verstandelijke ontwikkeling. Een kind met JBS bereikt meestal laat met de “motorische mijlpalen”: voor het eerst omrollen, gaan zitten, en lopen. Ook de spraaktaalontwikkeling loopt vaak achter. De ernst van de ontwikkelingsachterstand is van kind tot kind verschillend. Een deel van de kinderen heeft een verstandelijke handicap, andere kinderen hebben alleen leermoeilijkheden. 

Spierspanning

Hypotonie, dat wil zeggen een lage spierspanning. De hypotonie verbetert in de loop van de jaren. Een baby met JBS heeft vaak moeite het hoofdje recht te houden, en zelfstandig te blijven zitten. Later heeft een kind eerst moeite om stevig op de benen te staan. De lage spierspanning kan ook van invloed zijn op het spreken van een kind met het syndroom van Joubert. 

Coördinatie

Kinderen met het Joubert syndroom hebben vaak moeite met de balans, en lopen dan vaak ook onzeker met een breed gangspoor. De samenwerking van de spieren kost meer moeite. Daarom zijn bewegingen in armen, handen en benen soms ongecoordineerd, schokkerig of houterig. 

Ademhaling

Bij een deel van de kinderen met het Joubert syndroom worden ademhalingsstoornissen gezien op jonge leeftijd: aanvallen van heel snel ademen gevolgd door een ademstilstand. Dit ademhalingspatroon wordt vooral in de eerste maanden na de geboorte gezien. Soms is er sprake van stokkende of niet-vloeiende ademhaling. Heel soms is op de jonge leeftijd bewaking van het ademhalen nodig. 

Oogafwijkingen

Bij het Joubert syndroom worden vaak oogafwijkingen gezien. Dit kan zowel de oogbewegingen van het oog betreffen (zoals een nystagmus of oculomotore apraxie), als het gezichtsvermogen zelf. Een nystagmus wil zeggen: heen en weergaande of ronddraaiende bewegingen van het oog. Oculomotore apraxie wil zeggen dat het kind de ogen niet goed naar rechts of links kan bewegen. In plaats daarvan draait het met het hele hoofd naar links of rechts. Daarnaast komen netvliesafwijkingen voor, zoals retinitis pigmentosa (waarbij het gezichtsvermogen verminderd is) of een coloboom (een spleet in het netvlies). De nystagmus en oculomotore apraxie nemen in de loop van de tijd af. Retinitis pigmentosa kan juist in de loop van de tijd optreden. Een klein deel van de kinderen met het Joubert syndroom heeft een visuele handicap. Regelmatige controles door de oogarts worden aangeraden.

Uiterlijke kenmerken

Bij sommige kinderen wordt een typisch gezicht gezien, met ronde wenkbrauwen, een brede neusbrug en huidplooitjes over de binnenooghoeken. Ook afwijkende tongbewegingen zijn beschreven, met name het af en toe onbewust uitsteken van de tong. Een extra vingertje of teentje komt ook voor. 

Nier-en leverafwijkingen

In een deel van de kinderen met Joubert syndroom is sprake van nierafwijkingen (“cystenieren”, ofwel nefronoftise), die zowel op jonge leeftijd als later in het leven kunnen optreden. Soms komen ook leverfunctiestoornissen voor. De nierafwijkingen en/of leverfunctiestoornissen zijn bepalende factoren in het leven van iemand met het syndroom van Joubert. Er is een screeningsadvies voor nieren en lever (zie onder). 

Gedragsproblemen

In het algemeen zijn kinderen met Joubert syndroom, net als andere kinderen, sociaal en vriendelijk, en hebben ze een goede band met hun ouders en broers/zussen. Ouders beschrijven vaak het grote doorzettingsvermogen van hun kind. Aan de andere kant lijkt bij Joubert syndroom wel vaker een autisme spectrum stoornis voor te komen. 

Verschillende klachten

De verschijnselen van het Joubert syndroom kunnen van kind tot kind erg verschillend zijn. Sommige kinderen hebben veel klachten en een ernstige verstandelijke handicap, of oogafwijkingen en nierafwijkingen, andere kinderen vertonen veel minder klachten. De oorzaak hiervan weten we niet. Voor een deel wordt dit verklaard worden door de onderliggende genafwijking die het Joubert syndroom bij een kind veroorzaakt. Het opsporen van de genafwijking bij een kind kan dus de symptomen verklaren en meer informatie geven over de te verwachten klachten. 

 

Naar boven.

Diagnose

Hoe wordt de diagnose Joubert syndroom gesteld? Dit kan door middel van een MRI-scan van het hoofd, of door DNA-diagnostiek (genetisch onderzoek). Wanneer een arts aan JBS denkt zal deze meestal een MRI-scan aanvragen, en DNA-onderzoek inzetten.

  • Een typische afwijking op een MRI-scan van de hersenen is het ‘molar tooth sign’ (‘kies-teken’). Dit wordt veroorzaakt door een afwijking in de aanleg van de kleine hersenen (cerebellum) en hersenstam. De kleine hersenen zijn belangrijk voor een vloeiende motoriek en goede spierspanning. Afwijkingen van de kleine hersenen leiden tot balansproblemen en stoornissen van de motoriek.
  • Met DNA-onderzoek kunnen genen worden onderzocht die Joubert syndroom veroorzaken (zie onder). Een arts kan gericht genen laten onderzoeken voor Joubert syndroom. Ook wordt de diagnose soms gesteld als er heel breed DNA-onderzoek wordt ingezet naar honderden genen die ontwikkelingsachterstand kunnen veroorzaken. 

Naar boven.

Oorzaak van Joubert syndroom

Joubert syndroom is een erfelijke aandoening. Het wordt veroorzaakt door kleine afwijkingen (mutaties) in de erfelijke aanleg, de genen. Iedereen heeft één of meer kleine afwijkingen in de erfelijke aanleg. Een gen is een stuk DNA dat de erfelijke aanleg bevat voor een bepaalde eigenschap. Er zijn op dit moment meer dan dertig genen bekend die het Joubert syndroom kunnen veroorzaken.

Alle genen voor Joubert syndroom die tot nu toe ontdekt zijn, zijn betrokken bij de aanleg van de cilia. Cilia zijn trilhaartjes, kleine antennes die voorkomen op de buitenkant van cellen. Ze zijn alleen zichtbaar onder de microscoop. Ze hebben een rol in het doorgeven van signalen van en naar de cel. Bij Joubert syndroom is de functie van de cilia verstoord, waardoor signalen niet goed worden doorgegeven. Joubert syndroom behoort daarom tot de groep ‘ciliopathieën’, oftewel trilhaaraandoeningen.

Cilia komen voor op veel verschillende soorten cellen, bijvoorbeeld cellen van de kleine hersenen, niercellen en cellen van de ogen. Daarom kan een verstoring van de cilia leiden tot verschijnselen van veel verschillende organen.

Afwijkingen in elk van de dertig genen Joubert syndroom kan veroorzaken. De verschijnselen die optreden kunnen van kind tot kind verschillen, afhankelijk van welk gen is aangedaan.

Op de afdeling DNA-diagnostiek van enkele universitaire centra in Nederland (waaronder het UMC Utrecht en het Radboud UMC in Nijmegen) kunnen deze genen worden onderzocht. Daarnaast zijn er nog onbekende genen die Joubert syndroom kunnen veroorzaken. Hiernaar wordt wetenschappelijk onderzoek verricht ( onder andere op de afdelingen Genetica van het UMC Utrecht en van het Radboud UMC). 


Naar boven.

Overerving van het Joubert syndroom

Het Joubert syndroom is een erfelijke aandoening. In de meeste gevallen is het overervingspatroon autosomaal recessief. Autosomaal betekent dat de aandoening komt even vaak voorkomt bij jongens als bij meisjes. Recessief betekent dat een kind de aandoening alleen kan krijgen wanneer het de ziekteaanleg (een afwijkend gen) hiervoor in tweevoud heeft, zowel van vader als van moeder. Hieronder volgt uitleg over deze overervingswijze.

Ieder mens heeft de aanleg voor al zijn erfelijke eigenschappen, de genen, dubbel meegekregen. Voor elke erfelijke eigenschap hebben we een aanleg van vader en een aanleg van moeder gekregen. Als we zelf kinderen krijgen, geven we via de zaadcel of eicel van de twee altijd maar één aanleg door aan een kind. Het kind krijgt van de andere ouder ook een aanleg, en heeft dan alles weer dubbel.


Een erfelijke aandoening wordt veroorzaakt door een kleine afwijking (mutatie) in een bepaald gen. Zoals gezegd gaat het bij Joubert syndroom om mutaties in genen die belangrijk zijn voor het functioneren van de cilia (zie boven).

 

Wanneer een kind een aandoening heeft met een autosomaal recessieve overerving, heeft het de ziekteaanleg, een afwijkend gen, dubbel meegekregen, dus zowel van vader als van moeder. De ouders noemen we “drager” van de aandoening. Ze hebben zelf geen last van de aandoening, omdat ze naast het afwijkende gen (het gen met een mutatie) nog een normaal functionerend gen hebben. Het afwijkende gen is zwakker dan het normale gen. Alleen wanneer beide ouders het afwijkende gen aan hun kind doorgeven, zal een kind de aandoening krijgen.


Wanneer beide ouders drager zijn van het Joubert syndroom bestaat er bij elke zwangerschap een kans van 25% (1 op 4) op een kind met de aandoening. De kans is 75% (3 op 4) dat een kind de aandoening niet heeft.


Overigens is iedereen wel drager van een of meer autosomaal recessief overervende aandoening. Pas als twee ouders toevallig allebei drager zijn van dezelfde aandoening, kunnen zij een kind krijgen hiermee. Omdat de meeste erfelijke aandoeningen, zoals het Joubert syndroom, zeldzaam zijn, is die kans maar heel klein. Als twee ouders familie van elkaar zijn is de kans dat beide ouders drager zijn van dezelfde aandoening groter. .

Een andere mogelijkheid is geslachtsgebonden overerving. Hierbij kunnen alleen jongens de aandoening krijgen, en alleen vrouwen er drager van zijn. Dit komt niet vaak voor. Er zijn maar enkele families met Joubert syndroom bekend waarbij sprake was van geslachtsgebonden overerving.

 

Naar boven.

Behandeling en adviezen

Er is geen genezende behandeling voor Joubert syndroom. Begeleiding en behandeling van de klachten die kunnen optreden is van belang. Fysiotherapie, logopedie en ergotherapie kunnen bijvoorbeeld zinvol zijn. Controle van de ademhaling is soms nodig bij heel kleine kinderen. Een gehoorscreening is belangrijk bij twijfel over het gehoor en bij kinderen met oogproblemen.


Er zijn enkele adviezen voor periodieke screening. Hierbij gaat het vooral om de nieren en lever, en om de ogen.

Screening van de nieren en lever is van belang op de kinderleeftijd tot in ieder geval jong-volwassen leeftijd. Hierbij gaat het om een echo (in ieder geval eenmaal na het stellen van de diagnose) en bloedonderzoek naar de nierfunctie en leverfunctie. Standaard wordt eens per twee jaar aangeraden.

Oogheelkundige controles zijn belangrijk op de kinderleeftijd en bij twijfel ook later in het leven. Ook hiervoor adviseren we eens per twee jaar.


Voor de controles geldt dat deze kunnen worden aangepast als bekend is welk gen bij een kind een Joubert syndroom veroorzaakt. Bij sommige genen worden vaker nier of lever stoornissen of oogafwijkingen gezien, bij andere genen niet of zeer zelden. 

 

Naar boven.

Onderzoek tijdens en voor de zwangerschap

Wanneer bekend is welke genafwijking bij een kind Joubert syndroom veroorzaakt, is het mogelijk om bij een volgende zwangerschap onderzoek te doen naar de aandoening bij het kind. Dit kan tijdens de zwangerschap (d.m.v. een vlokkentest of vruchtwateronderzoek, in de toekomst mogelijk via NIPT) of vóór de zwangerschap (PGD, dat wil zeggen IVF met embryoselectie). Zie ook de websites www.pgdnederland.nl of www.erfelijkheid.nl .

 

Wetenschappelijk onderzoek in Nederland

In het UMC Utrecht en het Radboud UMC Nijmegen wordt veel wetenschappelijk onderzoek gedaan naar Joubert syndroom en andere trilhaaraandoeningen. Beide centra werken samen met onderzoeksgroepen in het buitenland.
Voor meer informatie over deelname aan wetenschappelijk onderzoek naar Joubert syndroom in het UMC Utrecht kunt u contact opnemen met arts-onderzoeker Marijn Stokman (M.F.Stokman@umcutrech.nl).

Het KOUNCIL onderzoek Het KOUNCIL onderzoek, een internationaal samenwerkingsverband naar de erfelijke achtergrond en de ziektemechanismen van de nierziekte nefronoftise (medullaire cystenieren), is inmiddels afgerond. Het onderzoek heeft nieuwe inzichten opgeleverd in het ontstaan van trilhaaraandoeningen zoals Joubert syndroom en in de nierziekten die daar bij kunnen voorkomen.


Naar boven.

Relevante websites

www.kouncil.nl (nieuw venster) Over het onderzoek naar nefronoftise, de nierziekte die kan voorkomen bij Joubert syndroom.
www.bosk.nl Informatie over Joubert syndroom en de oudercontactgroep.
www.jsrdf.org (nieuw venster) De website van de Joubert Syndrome and Related Disorders Foundation. Dit is een internationale vereniging van ouders van kinderen met Joubert syndroom.
www.erfelijkheid.nl (nieuw venster) Algemene informatie over de verschijnselen en de overerving van Joubert syndroom.


Naar boven.

 

Tekst: Susan Korten, Oudercontactgroep syndroom van Joubert, Dr. Hester Kroes en Drs. Marijn Stokman van het UMC-Utrecht