Word lid!
29 april 2011

Dokter Bibber

Tess

‘’Tess’’, vraagt mijn zusje, ‘’heb je zin om het spelletje Dokter Bibber te spelen.’’ ‘’Schat’’, zeg ik, ‘’ik ben zelf Dokter Bibber, dus dat werkt niet echt. Kun je geen ander spelletje verzinnen?’’ ‘’ O’’, zei ze, “nou dan gaan we wel mikado doen. Lekker priegelen met stokjes, daar ben je vast beter in.‘’

‘’Tess’’, vraagt mijn zusje, ‘’heb je zin om het spelletje Dokter Bibber te spelen.’’ ‘’Schat’’, zeg ik, ‘’ik ben zelf Dokter Bibber, dus dat werkt niet echt. Kun je geen ander spelletje verzinnen?’’ ‘’ O’’, zei ze, “nou dan gaan we wel mikado doen. Lekker priegelen met stokjes, daar ben je vast beter in.‘’ 

 

Ik moet toegeven, dit gesprek heb ik lichtelijk overdreven. Maar thuis noemen ze mij wel eens Dokter Bibber en daar ben ik trots op. Je maakt immers nog eens wat mee, zoals die keer dat ik een gebakje van een bord liet vallen en het met mijn andere hand weer opving. ‘’Met Dokter Bibber is er altijd wat te beleven’’, zei mijn vader.

 

Ik zal even vertellen waarom ik dokter Bibber wordt genoemd. Al denk ik dat iedereen wel een vermoeden heeft. Ik heb mijn spieren niet helemaal onder controle en daarom bibber/tril ik. Mensen denken altijd dat ik het koud heb of dat ik zenuwachtig ben. Zoals die keer toen ik  een jaar of veertien was en ging pinnen. Echt erg fijn al die kleine gleufjes, zeker als je Dokter Bibber bent. De vrouw achter de toonbank zei toen tegen mijn moeder: ‘’Schattig hé, als kinderen voor het eerst gaan pinnen, dan zijn ze helemaal zenuwachtig.’’ Ik had al een jaar een pinpas en was ook totaal niet zenuwachtig. Maar goed, die vrouw had genoten van mij als schattig kindje. En mijn moeder en ik hadden de grootste lol.

 

En vandaag,een heerlijke zonnige dag, Dokter Bibber kwam weer in actie. Ik ging samen met een vriendin een ijsje halen. Ik pakte het ijsje aan, maakte een rare beweging en kneep het fijn. De vrouw achter de toonbank was helemaal in paniek: ‘’Wat doe je, gaat het wel?’’. Ik had geen zin om het uit te leggen en zei: ‘’Hij is plat’’.  Dat had die vrouw natuurlijk ook wel gezien. Het ergste was dat het het ijsje van m’n vriendin was. Dus zei ik: ‘Ik neem het wel”. Gelukkig kregen we een nieuwe. Lachend, gierend en brullend liepen we de snackbar uit. ‘’Ik had moeten zeggen dat ik je begeleider was en dat ik dacht dat je dit zelf kon, maar toch niet.’’, zei m’n vriendin.

 

De moraal van dit verhaal: een beperking kan ook voor een hoop lol zorgen. Gelukkig maar!

Wat vind jij ervan? Laat hier jouw reactie achter!

0 Reacties

Wil je mee discussiëren? Laat een reactie achter of maak een topic aan.

Aanmelden