Word lid!
19 juli 2013

Hoe prikkende ogen je nooit meer loslaten

profielfoto 2

Karen, haar vriend en hun dochter Elinde zijn onlangs verhuisd. Wanneer Karen met Elinde naar buiten gaat valt haar telkens op dat er continu ogen op hun gericht zijn. In haar blog vertelt Karen hoe ze hier over denkt en tot welk inzicht ze is gekomen wat betreft het “aanstaren”.

Nu we in ons nieuwe huis wonen, kunnen we veel makkelijker naar buiten. Even een boodschapje doen met Lin in de kinderwagen is opeens zo gepiept en nog leuk ook op deze manier. Naar aanleiding van de blog van Esther Siebers bedacht ik me dat we natuurlijk ook iets geheel nieuws konden doen. We kunnen met de loopkar naar buiten!

 

Eerste keer

De eerste keer dat we dat deden was nadat Lin zelf ook nog eens op de spraakcomputer die we te leen hadden achter elkaar ‘zei’,: ‘schoenen, jas, loopkar, wandelen’. We konden niet anders dan prompt precies te doen wat Lin zei. Jas aan, schoenen aan en gaan met die banaan!

Lin vond het wel een beetje vreemd in het begin maar al gauw had ze het helemaal naar haar zin. Ver zijn we niet gekomen de eerste keer, tien meter heen en tien meter terug. We deden er een half uur over. Dat kwam niet alleen doordat Lin nogal langzaam loopt, maar ook doordat ze een verschrikkelijke peuter is. ‘Nee, Lin! Niet op het fietspad’, terwijl ze met een zetje van haar voet zo het fietspad oprijdt. Het harde gegiechel dat ze daarbij laat horen doet me even vergeten dat er continu ogen op ons gericht zijn.

 

Ogen

Die ogen, daar wou ik het eigenlijk over hebben in deze blog. En dan vooral die ogen die alsmaar weer in je rug prikken. Of bijvoorbeeld die ogen van mensen die je voorbij lopen en zich onbeschaamd omdraaien om twee minuten lang naar je te staren. Maar na een paar weken broeden op deze blog heb ik er een stuk minder negatiefs over te zeggen. Ik ben tot het inzicht gekomen dat vooral ík degene ben die ermee moet leren omgaan; dat ik niet de hele wereld kan veranderen door te zeggen dat ze moeten stoppen met kijken. Want ik vind je stom als je naar ons staart, maar ook als je helemaal niet kijkt.

 

Pottenkijkers

In het begin stoorde ik me aan elke persoon die naar mijn mening te lang naar ons keek. ‘Wat een pottenkijkers,’ dacht ik elke keer weer. Tot ik na een tijdje bedacht dat ik dit zelf ook doe. Als iemand er vreemd uitziet, anders is, dan kijk ik ook. En eigenlijk weet ik dan ook niet zo goed wat ik moet doen. Het zit gewoon in de menselijke natuur om te kijken naar dingen die niet normaal zijn. Evolutionair gezien is dit zelfs heel verstandig om te doen. Dus eigenlijk doen die mensen die naar ons kijken niks geks, hooguit iets redelijk onbeleefds.

 

Inzicht

Dit inzicht in de praktijk toepassen is soms nog wel lastig. Zonder Lin ga ik ‘gewoon’ op in de massa waardoor de momenten met Lin toch wel heel anders aanvoelen. Dus als ik op straat per ongeluk tegen je zeg dat je ogen eruit vallen dan is het niks persoonlijks (je bent echt niet de eerste tegen wie ik het zeg); dan ben ik bezig met mijn leerproces. Als je dan iets tegen me zegt als: ‘ze is gehandicapt, maar wel heeeel schattig,’ of dat Lin het mooiste meisje van de hele wereld is, dan maak je mijn dag weer een beetje beter. Dan loop ik weer iets vrolijker achter mijn giechelende kind aan en misschien dat het me lukt om je ogen een volgende keer te accepteren.

Wat vind jij ervan? Laat hier jouw reactie achter!

0 Reacties

Wil je mee discussiëren? Laat een reactie achter of maak een topic aan.

Aanmelden