Word lid!
2 december 2011

Wie is hier nou spastisch…jij of ik?

Tess

Ik zit op de tribune tijdens een badmintontoernooi en vang een gesprek op tussen een teamgenoot en zijn vader. De twee bereiden zich op voor op de wedstrijd die mijn teamgenoot zo gaat spelen. ‘Ik win het wel’, zegt mijn teamgenoot, ’hij is nog spastischer dan ik.’ ‘Kan dat?’, flap ik eruit. Mijn teamgenoot begint te lachen en vertelt mij dat dat toch echt kan, ik moet maar komen kijken. Zijn vader is wat gevatter en reageert: ‘Hoor wie het zegt, Tess!’

Ik zit op de tribune tijdens een badmintontoernooi en vang een gesprek op tussen een teamgenoot en zijn vader. De twee bereiden zich op voor op de wedstrijd die mijn teamgenoot zo gaat spelen. ‘Ik win het wel’, zegt mijn teamgenoot, ’hij is nog spastischer dan ik.’ ‘Kan dat?’,  flap ik eruit. Mijn teamgenoot begint te lachen en vertelt mij dat dat toch echt kan, ik moet maar komen kijken. Zijn vader is wat gevatter en reageert: ‘Hoor wie het zegt, Tess!’

 

IJs breken

Wat je belooft moet je doen en dus ga ik de wedstrijd van mijn teamgenoot kijken. Zijn vader komt naast mij staan. Hij vertelt dat hij het geweldig vindt dat wij met humor met onze handicaps omgaan. Hij vindt het zo fijn dat zijn zoon dat kan en doet. Ik vertel hem dat ik dat ook niet van de een op de andere dag geleerd heb. Vroeger deed ik dat echt niet. Humor en mijn handicap, dat ging echt niet samen. Maar ik heb geleerd er geintjes over te maken dan maak je het lichter en breek je het ijs. Dat heb ik geleerd van mijn ouders, mijn zus, mijn teamgenoten en oud-klasgenoten. ‘Toch vind ik het knap van jullie’, zegt de vader, ‘ik ken zat oudere mensen die nog steeds geen geintjes durven te maken en er veel te serieus over zijn. ‘Dat klopt’, zeg ik,’ die mensen doen er nog steeds spastisch over.’ En weer lachen we erom…

 

Humor

Ik weet nog wel dat we op de mytylschool les van een nieuwe docent kregen, zij kwam van het regulier onderwijs en moest erg wennen aan onze zelfspot. Een klasgenoot van mij die niet kan lopen klaagde over een loopneus. ‘Dan loopt er tenminste nog iets aan je’, was het antwoord van een andere klasgenoot. En dezelfde klasgenoot had besloten dat zij als bijbaantje betaald in het publiek van Lingo wilde zitten. ‘Ach, wat heb je daar te zoeken’, zei een ander, ‘je kunt amper klappen.’ De nieuwe docent begon het steeds leuker te vinden en deed later keihard mee. Na het toernooi eten we met z’n allen wat. Ik kreeg het eten niet goed meer naar mijn mond, na zo’n sportieve en vermoeiende dag. De patat vliegt alle kanten op en de cola ligt op tafel. ‘Wie is hier nou spastisch’, zegt mijn teamgenoot, ‘jij of ik?’.

Wat vind jij ervan? Laat hier jouw reactie achter!

0 Reacties

Wil je mee discussiëren? Laat een reactie achter of maak een topic aan.

Aanmelden