Word lid!

Zuigen

Mogelijke problemen bij het zuigen zijn:

 

  • Het sluiten van de lippen rondom tepel of speen wordt bemoeilijkt door het strekspasme tijdens het zuigen. Door het spasme gaan hoofd en schouders naar achteren en gaat de mond open.
  • Het sluiten van de lippen rondom tepel of speen wordt bemoeilijkt door de verminderde kracht bij kinderen met hypotonie. [linknaar Wat is cerebrale parese/vormen]
  • Het strekken van het lichaam door het zien naderen van de fles en het voelen van de voeding in en rond de overgevoelige mond. Strekking van het lichaam heeft nadelige gevolgen voor het zuigen.


Tips bij het zuigen
:

Houding
In een gestrekte houding kan je kind moeite hebben met zuigen. Door de houding te corrigeren is het eenvoudiger om de lippen rond tepel of speen te leggen en te zuigen. Om de gestrekte positie te corrigeren, kun je rekening houden met de volgende tips:

  • Plaats je kind dwars bij je op schoot. Zorg dat je kind ontspannen zit. Hoe je dit kunt doen, kun je lezen in het gedeelte 'zitten op schoot'.
  • Plaats je kind recht voor je op schoot. Je kind ligt hierbij op je bovenbenen, recht voor je. Je voeten steunen op een krukje, waardoor je kind in een holletje komt te liggen. Hierbij zijn de heupen gebogen, waardoor het meer ontspant. Plaats een kussen onder het hoofd, waardoor nek en schouders naar voren komen. Dit zorgt ook voor ontspanning. Daarnaast kun je druk geven op het borstbeen van je kind. Deze houding staat ook bekend als de 'Schwester Liselotte-houding'.

De houding wordt het beste gehandhaafd wanneer er gevoed wordt in een rustige ruimte, waarbij je kind niet of nauwelijks wordt afgeleid. Kinderen hebben een grote belangstelling voor alles om zich heen. Zorg daarom dat je kind niet met zijn gezicht naar het raam zit. Laat je kind wel met zijn gezicht naar de deur toe zitten, om te voorkomen dat hij zich omdraait of strekt wanneer er iemand binnenkomt. Een kind wil degene zien die hem te eten geeft, kijk het daarom aan. Wanneer dit niet gebeurt, zal je kind zich naar je toe draaien, waardoor de houding niet gehandhaafd wordt.

 

Speen en fles
Bij de aanschaf van een speen of fles is er veel keuze. Met een logopediste kun je overleggen welke speen of fles bij je kind past. Let bij de keuze van een fles hierop:

  • Een te stugge of te slappe speen bemoeilijkt het zuigen.
  • Een groter gat in de speen vereenvoudigt het zuigen. Het kost minder kracht om de vloeistof uit de speen te zuigen. Je kind wordt hierdoor minder snel moe. Het risico van verslikken is wel groter. Ook komt er meer lucht naar binnen. Het gevoel van vol zijn wordt dan eerder bereikt, terwijl je kind onvoldoende voeding binnen heeft gekregen.
  • Een 'banaanfles' voorkomt dat het hoofd naar achteren gehouden moet worden. Dit voorkomt een strekspasme.
  • Een zogeheten Habermanfeeder voorkomt door middel van een speciaal membraan (vliesje) onderdruk in de fles. Hierdoor kost het minder moeite om de fles leeg te drinken. Dit kan handig zijn voor kinderen met hart- en longproblemen of een gehemelte spleet. Ook bevat deze fles een O-stand. In deze stand komt er nauwelijks vloeistof uit de fles ondanks dat het kind zuigt. Dit kan handig zijn als je kind te lang door zuigt en geen adempauze neemt.

Wanneer een kind niet zelf kan zuigen, kan sondevoeding enige tijd nodig zijn. Vloeibaar voedsel gaat hierbij via een slangetje door keel en slokdarm rechtstreeks naar de maag. Het is belangrijk voor de ontwikkeling van de mondspieren dat de periode van sondevoeding zo kort mogelijk wordt gehouden.

 

Langdurig gebruik van sondevoeding kan leiden tot irritatie van slijmvlies in mond en keel en kan ook de waarneming van prikkels beschadigen. Dit laatste kan leiden tot ernstige gedragsmatige eetproblemen.