Word lid!

Ontwikkeling mondmotoriek

Bij een gezond kind lijkt het leren eten en drinken als vanzelf te gaan. Het overgaan van de ene fase in de andere wordt nog wel opgemerkt, maar op welke manier het kind precies leert eten is meestal niet bekend. Om inzicht te krijgen in de problemen rondom het eten en drinken is kennis over de normale ontwikkeling de basis om te kunnen zien waar en wanneer het fout gaat.


De eerste drie maanden

Gedurende de eerste drie maanden kan je kind zuigen door middel van reflexen in het mondgebied. We onderscheiden daarbij de volgende reflexen:

  • de (tepel)zoekreflex: zodra je kind een prikkel voelt in de buurt van zijn mond, bijvoorbeeld de tepel of speen, draait het zijn hoofdje in de richting van die prikkel en opent op hetzelfde moment zijn mondje en tuit zijn lippen. Op die manier komt de tepel of speen in zijn mond. Zodra het de lippen raakt, treedt de volgende reflex in werking, namelijk
  • de zuig/slikreflex: zodra er een speen of tepel voor in de mond komt, gaat je kind zuigen en slikken. De tepel of speen wordt naar binnen gezogen en met behulp van
  • de bijtreflex komt de voeding in de mond. De zuig/slikreflex zorgt dan voor het naar achteren verplaatsen van de voeding en het doorslikken daarvan
  • de wurgreflex (het kokhalzen) en de hoestreflex zorgen ervoor dat, als er iets fout mocht gaan, de voeding niet in de longen terecht kan komen
  • daarnaast kennen we de palmomentaalreflex: bij het wrijven over de muis van de hand van de baby kunnen we een reactie in het mondgebied zien die kan variëren van een lichte trekking van de kin tot zuigbewegingen in de mond. Deze reflex is voor ons mensen niet zo heel belangrijk in de voedingsreflex-keten.


Naast deze reflexen is er ook een goede samenwerking nodig met de ademhaling. Het mond- en keelgebied wordt voor zowel de voeding als voor de ademhaling gebruikt. Daarom moeten de twee systemen goed op elkaar afgestemd zijn. Tijdens het zuigen kan een kind gewoon ademhalen, maar tijdens het slikken is er een afsluiting van de luchtweg. Dit alles vraagt een heel goede coördinatie tussen ademhalen, zuigen en slikken.

In de loop van de eerste drie maanden worden de voedingsreflexen steeds minder heftig door de rijping van het zenuwstelsel en worden ze geleidelijk overgenomen door meer willekeurige bewegingen. Rond de zesde maand heeft je kind min of meer geleerd wat het moet doen, ook al gaat dit vrijwel automatisch. Het kan zijn mondje openen als het de fles of de lepel ziet aankomen, maar kan hem ook stijf dicht houden als het dat wil. Hongergevoel en eetlust zijn daarbij belangrijke signalen.


Vanaf vijf à zes maanden

Vanaf de leeftijd van ongeveer vijf à zes maanden kan er begonnen worden met het leren eten van een lepeltje. Je kind moet leren actief af te happen. We beginnen dan meestal met een dik vloeibaar hapje: pap, fruit- of groentehapje. De allereerste hapjes worden met een soort sabbel- en slikbeweging van het lepeltje gehaald. Gemiddeld duurt het vier tot zes weken voordat een kind geleerd heeft hoe het eten van het lepeltje moet halen, namelijk met gesloten lippen. Op die manier kan het met de bovenlip het voedsel van de lepel halen en het daarna doorslikken. Er hoeft nog niet gekauwd te worden. Het is de hap/slikfase.

In de periode tussen de vier en acht maanden ligt de gevoelige periode voor de smaakontwikkeling, met een hoogtepunt rond de zes maanden. Baby's die deze periode om wat voor reden dan ook overslaan, kunnen later veel moeite hebben met het wennen aan smaken. Vanaf twee tot vier jaar gaat een kind meer smaak ontwikkelen. Het kan dan een sterke voorkeur krijgen voor bepaalde smaken, zoals het liefst brood eten of alleen fruit willen.


Vanaf acht maanden

Vanaf de leeftijd van acht maanden kan begonnen worden met het leren kauwen. Meestal beginnen we met een stukje brood of een babykoekje. Je kind moet nu leren dat grof voedsel dat in zijn mond komt, eerst fijngekauwd moet worden voor het doorgeslikt kan worden. Het moet met zijn tong het voedsel tussen zijn kaken brengen (kiezen zijn op dit moment nog niet nodig) om het fijn te malen. Ook deze stap duurt gemiddeld vier à zes weken voordat een kind dit onder de knie heeft.

In het begin zal het nog wel eens kokhalzen bij de eerst hapjes, maar dit verdwijnt naarmate hij het proces beter gaat beheersen. De gevoelige periode voor het leren kauwen ligt tussen de zevende en de tiende maand. Goed leren kauwen duurt een hele tijd. Pas op de leeftijd van tweeënhalf tot drie jaar kunnen ook moeilijker dingen verwerkt worden, zoals een stukje biefstuk.


Vanaf tien maanden

Vanaf ongeveer tien maanden kan een baby uit een gewone beker leren drinken. Hiervoor moet het kind leren zijn onderkaak te stabiliseren in plaats van een hapbeweging te maken. Verder moet het zijn lippen goed rond de bekerrand kunnen sluiten, anders loopt de vloeistof uit zijn mond. Ook moet het de tong in de mond kunnen houden om een goede slikbeweging te maken. Je kind moet leren de vloeistof een beetje aan te zuigen en leren hoe groot een slokje ongeveer moet zijn. Omdat we meestal dunne vloeistof drinken, is vooral in het begin het gevaar voor verslikken groot. Daarom wordt er ook wel geadviseerd eerst met wat dikkere vloeistof te beginnen.

Om zelf de beker te kunnen vasthouden moet een kind goed kunnen zitten (met of zonder steun) en de beker met zijn handjes vasthouden. Om knoeien te voorkomen kan een tuitje op de beker helpen, maar zonder tuitje zal het sneller leren om goed te doseren.

Drinken met een rietje is een functie die we niet echt nodig hebben. Maar het kan soms wel handig zijn en veel kinderen vinden het leuk om te doen. Het is een hele andere manier van zuigen dan zuigen uit een speen. Vanaf ongeveer een jaar is de mondmotoriek zo ver ontwikkeld dat een kind kan leren drinken met een rietje. De lippen moeten kunnen tuiten om het rietje vast te houden en niet te knoeien. En de vloeistof moet omhoog gezogen worden. Dat vraagt kracht en een goede adem/slikcoördinatie.