Word lid!

Reflux

Bij reflux vloeit de maaginhoud terug in de slokdarm. Dit probleem komt veel voor bij kinderen en volwassenen met een verstandelijke en lichamelijke beperking. Reflux is met medicijnen goed te behandelen.

Wat is gastro-oesofageale refluxziekte?
Hoe vaak komt het voor?
Wat zijn de verschijnselen?
Hoe kan de diagnose gesteld worden?

Wat kan er aan gedaan worden?


Wat is gastro-oesofageale refluxziekte?

Gastro-oesofageale refluxziekte (GORZ) is een frequent voorkomend, maar goed te behandelen probleem. GORZ betekent: slokdarmproblemen door het terugvloeien (reflux) van maaginhoud in de slokdarm (oesofagus).

Het is normaal dat er een beetje maaginhoud in de slokdarm terugvloeit, meestal na het eten. Als dat terugvloeien echter vaak voorkomt en lichamelijke klachten geeft, spreken we van GORZ.


De voornaamste factor die reflux moet voorkomen, is de kringspier in het onderste deel van de slokdarm. Deze zorgt voor een zodanige afsluiting tussen maag en slokdarm dat het terugvloeien van maaginhoud beperkt blijft. Bij GORZ doet deze kringspier zijn werk niet goed. Het gevolg is, dat er te vaak zure maaginhoud in de slokdarm komt. Het maagslijmvlies is goed bestand tegen zuur, maar het slijmvlies van de slokdarm is daar niet op berekend. Het zuur tast dit slijmvlies aan, het kan gaan ontsteken en er kunnen diepe zweren ontstaan. Hierdoor kan er continu wat bloedverlies optreden.


De ontstekingen kunnen wel weer genezen, maar het littekenweefsel kan nare complicaties geven: vernauwingen en slijmvliesveranderingen. Deze veranderingen geven een verhoogd risico op kanker.

GORZ kan dus lichte, maar ook heel ernstige lichamelijke problemen veroorzaken. De kans op ernstige complicaties hangt samen met langdurige blootstelling van de slokdarmwand aan zuur. Er zijn echter ook individuele verschillen in gevoeligheid voor het ontstaan van complicaties.


Naar boven

Hoe vaak komt het voor?

Uit recent onderzoek blijkt dat ruim 20 procent van de westerse bevolking regelmatig last heeft van zuurbranden. Bij 7-10% daarvan is sprake van GORZ. Het is een ziekte die in toenemende mate voorkomt in de westerse wereld. Men ziet als oorzaak onder meer de verandering in het voedingspatroon (fast food), hogere wijnconsumptie (vooral witte wijn bevordert reflux) en overgewicht.

In 1996 is onderzoek gedaan naar het voorkomen en de behandeling van GORZ bij 545 mensen met een zeer ernstige tot matige verstandelijke beperking. Uit dit onderzoek bleek dat GORZ bij deze mensen veel vaker voorkomt dan in de gemiddelde westerse bevolking: de helft van de onderzochte mensen had GORZ. Ruim tweederde van hen had ook ontstekingsverschijnselen in de slokdarm. Waarom GORZ bij ernstig en matig verstandelijk gehandicapte mensen zo vaak voorkomt, is nog niet duidelijk.


Uit onderzoek zijn wel risicofactoren naar voren gekomen, waaronder spastische verlamming een belangrijke factor is. Van verstandelijk gehandicapten met een spastische verlamming bleek bijna 70% GORZ te hebben. Andere risicofactoren zijn: scoliose (wervelkolomverkromming), rolstoel-gebondenheid, het syndroom van Down, het gebruik van medicijnen tegen epilepsie en middelen als Diazepam. Ook obstipatie (verstopping), een vaak voorkomend probleem bij mensen met een verstandelijke beperking, draagt bij tot het ontstaan van GORZ door het verhogen van de druk in de buikholte.


Naar boven

Wat zijn de verschijnselen?

Het meest voorkomende verschijnsel is zuurbranden. Als dit af en toe voorkomt na een zware maaltijd of een vette snack, kan dat geen kwaad. Als de slokdarmwand echter te vaak aan zuur wordt blootgesteld, kunnen er beschadigingen van het slokdarmslijmvlies optreden (zie boven). Dit kan allerlei klachten geven: een zeurend, branderig gevoel achter het borstbeen, pijn (soms zo ernstig dat het op een hartinfarct lijkt), omhoog komen van voedsel, vaak boeren of de hik, misselijkheid. Ook bloedarmoede door continu wat bloedverlies, kan een belangrijk symptoom zijn. Bij vernauwing van de slokdarm door littekenweefsel kunnen er later ernstige slikklachten ontstaan.

Mensen met een zeer ernstige tot matige verstandelijke beperking kunnen zuurbranden en pijn niet goed aangeven. Bij hen moeten verschijnselen als niet willen eten, veelvuldig overgeven of mondjes teruggeven, donkergekleurd (bloed) braken, bloedarmoede en soms ook gedragsproblemen ons op het spoor van de ziekte zetten. Ook longontstekingen of astma kunnen een gevolg zijn van reflux die zo ernstig is dat het zuur tot in de mond komt.


De tandarts kan GORZ ontdekken, doordat het glazuur van de boventanden soms wordt aangetast door het zuur. Bij het bewust ophalen van voeding (rumineren) komt deze tanderosie en ook GORZ nogal eens voor.


GORZ kan dus uiteenlopende symptomen geven: zowel direct van de slokdarm als elders in het lichaam, zoals bloedarmoede of longproblemen. Bij verstandelijk gehandicapte mensen moet men extra alert zijn op verschijnselen die op GORZ kunnen wijzen.


Een voorbeeld
Bob, een jongeman van 19 jaar met een ernstige verstandelijke beperking en spastische verlamming, had al sinds anderhalf jaar steeds meer problemen met het eten en meestal in de ochtend. Hij hield zijn mond stijf dicht of liet het eten er weer uitlopen. Af en toe ging hij daarbij ontzettend schreeuwen.


Van alles was al geprobeerd: brood met verschillend beleg, allerlei soorten pap, kleinere hoeveelheden, een later tijdstip, maar zonder resultaat. Het middag- en avondeten ging er altijd goed in. De laatste tijd gaf hij af en toe ook zomaar eens over.


Er werd gedacht aan de mogelijkheid van nachtelijke reflux. Hierdoor zou de slokdarm in de ochtend zo geïrriteerd en pijnlijk kunnen zijn, dat het voedsel niet goed wordt verdragen. Bij een endoscopie (kijkonderzoek) bleek dat de slokdarmwand erg rood was en dat er ook een kleine zweer zat. Hij werd behandeld met een protonpompremmer en al na drie weken begon hij in de ochtend weer wat te eten en na twee maanden waren ook de schreeuwbuien en het overgeven verdwenen.


Naar boven

Hoe kan de diagnose gesteld worden?
De beste methode om te veel zuur in de slokdarm aan te tonen is de 24-uurs pH-meting. Hierbij wordt een dunne sonde door de neus ingebracht en in de slokdarm boven de maagingang gelegd.

Gedurende 24 uur wordt gemeten hoeveel en hoe vaak er zuur in de slokdarm terecht komt. Bij verdenking op ontsteking van de slokdarm, bij bloedarmoede of slikklachten kan het best een kijkonderzoek (endoscopie) gedaan worden. Dit onderzoek kan ook onder een klein roesje gedaan worden. Hierbij kan men irritaties, zweren en vernauwingen direct zien.

Bij verstandelijk gehandicapte mensen zonder waarneembare klachten, maar met een hoog risico is 24-uurs pH-meting het meest geschikte onderzoek. Als er wel verschijnselen zijn, dan geeft een kijkonderzoek de meeste informatie.


Naar boven


Wat kan er aan gedaan worden?

Sinds ruim twintig jaar zijn er medicijnen, protonpompremmers geheten, beschikbaar, die de zuurproductie in de maag grotendeels remmen. Het terugvloeien van de maaginhoud wordt niet tegengegaan, maar het maagsap is nauwelijks meer zuur. De slokdarmwand wordt niet meer aangetast, de pijn verdwijnt en het slijmvlies geneest. Als de reflux heel hoog komt, kan deze nog wel in keel of luchtpijp komen, maar prikkelt veel minder. De medicijnen moeten meestal wel levenslang gebruikt worden, want anders komen de ziekteverschijnselen weer terug. Protonpompremmers worden over het algemeen goed verdragen. Er zijn zelden ernstige bijwerkingen.

Indien er veel voeding terug blijft komen, kan er een medicijn bij worden gegeven dat de maagontlediging bevordert. Dit heeft helaas niet altijd voldoende resultaat.


Er zijn ook operaties mogelijk. Een operatieve ingreep is echter belastend en geeft vaak complicaties bij mensen met veel lichamelijke problematiek. Aangezien ook de resultaten op de lange termijn tegenvallen, wordt een operatie alleen bij kleine kinderen en op speciale indicatie gedaan. Medicamenteuze therapie heeft dus de voorkeur.

Naar boven


©M.C. Niezen-de Boer, AVG, Bartimeüs, Doorn / Erasmus MC, Rotterdam