Word lid!

Sondevoeding

Beslissen over wel of niet een sonde is een lastige kwestie. Goede voorlichting door artsen en verpleegkundigen ligt voor de hand, maar erover praten met ouders die deze stap al gezet hebben, kan heel verhelderend werken. We beschrijven de meest voorkomende soorten sondes, enkele criteria voor het nemen van een besluit, en een aantal voor- en nadelen van sondevoeding. En en paar opmerkingen.

 

Soorten voedingssondeEr zijn verschillende soorten voedingssondes. De twee soorten waar wij het meest mee te maken krijgen zijn de neus-maagsonde en de zogenaamde PEG-sonde (Percutane Endoscopische Gastrostomie)

 

Neus-maagsonde

Bij de neus-maagsonde wordt een dun slangetje via de neus naar de maag gebracht. Het uiteinde ervan wordt met een aantal pleisters op de wang geplakt om het slangetje goed op zijn plaats te houden. Voordat de voeding via het slangetje wordt gegeven, moet goed gecontroleerd worden of het slangetje wel uitkomt in de maag en niet in de longen.

Deze manier van sondevoeding wordt gegeven als het om een tijdelijke situatie gaat, bijvoorbeeld als de conditie van het kind niet voldoende is om zelf te kunnen eten en drinken, zoals bij prematuren of kinderen met een hartprobleem, of als er na een operatie een periode van herstel afgewacht moet worden.

In principe heeft het kindje geen last van het slangetje in zijn keel. Het kan gewoon slikken en zijn mond gebruiken. Alleen het inbrengen van het slangetje kan als hinderlijk ervaren worden, vooral de eerste paar keer. In principe kan het slangetje wel een paar weken blijven zitten voordat een nieuw slangetje moet worden ingebracht, maar soms trekken de kinderen het er zelf uit, of raakt het een beetje verstopt. Sommige kinderen kunnen een behoorlijke afweer[AV1] krijgen in hun gezicht door al dat gepruts.


PEG-sonde
Bij de PEG-sonde wordt er een slangetje rechtsreeks via de buikwand in de maag gebracht. Dit is een relatief kleine ingreep, maar (kleine) kinderen moeten er wel even voor onder narcose gebracht worden. Het voordeel is dat het slangetje niet vaak vervangen hoeft te worden en van de buitenkant is het niet te zien. Deze manier van sondevoeding wordt vooral geadviseerd als er langere tijd sondevoeding gegeven zal moeten worden.


Criteria voor sondevoeding

  • medische redenen, gezondheidstoestand
  • te veel tijd voor de maaltijden, die met veel stress gepaard gaan
  • ondervoeding of uitdroging
  • kans op verslikken wordt te groot.

Voor- en nadelen van sondevoeding

Nadelen

  • vooral in de eerste drie levensmaanden, wanneer de mondmotoriek zich ontwikkelt vanuit het reflexmatig zuigen, kan het geven van sondevoeding betekenen dat er te weinig oefening van de mondfuncties plaatsvindt.
  • lange tijd sondevoeding krijgen kan tot gevolg hebben dat een kind geen hongergevoel ontwikkelt. Dat kan problemen geven bij de overgang naar gewone voeding
  • het moeten inbrengen van de sondeslang kan als hinderlijk worden ervaren, bij een PEG-sonde is er verzorging van de uitgang nodig
  • eten en drinken is een sociale bezigheid, het eten door een slangetje wordt gezien als erg kunstmatig
  • het kindje leert geen smaakjes kennen, een kind eens lekker verwennen met iets lekkers wordt gemist
  • het kindje kan zelf niet meer aangeven of het genoeg gehad heeft.


Voordelen

  • geen zorgen over de voedingstoestand, het kindje krijgt voldoende voeding en daardoor komt er rust
  • door een betere voedingstoestand wordt het kindje vaak actiever en vrolijker
  • betrouwbaarder toedienen van medicijnen
  • minder kans op verslikken, minder luchtweginfecties
  • er blijft meer tijd over voor leuke dingen.

Belangrijk

Sondevoeding is op zich geen reden om niet meer gewoon te eten. Er zijn kinderen die gewoon eten, maar daarnaast, ter aanvulling, sondevoeding krijgen. Er zijn ook kinderen die volledige sondevoeding krijgen en alleen voor het plezier een paar hapjes mee eten.

Ook al krijgt een kind volledig sondevoeding, tandenpoetsen blijft nodig.