Word lid!

Tips eten en drinken

Voedingsproblemen, vooral op jonge leeftijd, kunnen veel gevolgen hebben, zowel voor het kind als voor de ouders en verzorgers. Ze kunnen ook een zware wissel trekken op het hele gezin. Het is dus belangrijk om zo vroeg mogelijk naar oplossingen te zoeken, voordat het 'niet kunnen eten' ontaardt in 'niet willen eten'. Een gespecialiseerd logopedist - met een nascholingscursus op het gebied van de eet- en drinktherapie - heeft de nodige kennis om hierbij te adviseren. In geval van complexe problematiek zal de hulp van andere vakmensen moeten worden ingeroepen, zoals een longarts of een maag-/darmspecialist of een neuroloog. Maar ook de visie van een (gespecialiseerd) diëtiste of een pedagoog/psycholoog kan nodig zijn. Sommige (academische) ziekenhuizen of revalidatie-instellingen hebben een zogenaamd eetteam, waar meerdere specialisten tegelijk aan deelnemen.

Nu volgen enkele algemene richtlijnen en tips als het gaat om het eerste stukje van het voedingstraject, nl. de mondmotoriek. Deze zijn beperkt tot enkele veelgebruikte tips.

Adviezen kunnen uiteraard nooit zomaar klakkeloos toegepast worden. Geen enkel kind is gelijk en dat geldt ook voor ouders en verzorgers. Wat bij het ene kind goed werkt, werkt bij het andere kind misschien averechts. Ook zien we vaak dat het eten bij de ene ouder of verzorger wel goed gaat en bij de ander, die dezelfde instructie heeft gekregen, niet.

Uiteindelijk moeten we het voeden zien als een samenwerking tussen twee partijen waarbij de ouder/verzorger zoveel mogelijk voorwaarden probeert te scheppen, zodat het kindje zo goed mogelijk kan presteren. Het kindje moet zelf actief worden met zijn mondmotoriek. Daardoor heeft het meer controle over wat er in zijn mond komt en de kans op verslikken neemt af.

In het algemeen kijken we naar de volgende aspecten:

  • houding van het kind, maar ook die van de ouder/verzorger
  • gebruik van materialen: soort speen, lepel, beker
  • soort voeding
  • wijze van aanbieden, hoe lokken we activiteit uit van het kindje
  • bijkomende zaken als: hoelang mag de maaltijd duren, het moet vooral positief blijven.

De houding

Een goede houding tijdens het eten en drinken is belangrijk, omdat het invloed heeft op de mondmotoriek, maar ook op het verslikken. Probeer zelf maar eens te slikken met het hoofd in de nek. En als je mond ook nog open is, valt het voedsel er bovendien gemakkelijk uit.

Wat voor de één een goede houding is, hoeft nog niet goed te zijn voor de ander. Over het algemeen kunnen we zeggen dat we het beste slikken met een zogenaamde lange nek. Hierbij staat het hoofd min of meer recht op de romp. De kans op verslikken is zo het kleinst. Voor kinderen met ademhalingsproblemen is dit niet de prettigste houding. Zij geven de voorkeur aan een beetje meer het hoofd in de nek. Zolang het kindje zich niet vaak verslikt, hoeft dit geen probleem te zijn.

Voor de ouder of verzorger is het ook van belang op zijn eigen houding te letten. Als er langdurig hulp bij het eten gegeven moet worden en de houding niet optimaal is, kunnen er chronische rug- of schouderklachten ontstaan.

Tips bij borst- of flesvoeding

De keuze voor borst- of flesvoeding ligt allereerst bij de wens van de moeder (ouders). Daarnaast moet worden gekeken naar wat het kind aan kan.


Zoek een prettige houding voor je kindje en jezelf. Er zijn verschillende soorten flessen en spenen in de handel. Er is beslist geen beste fles of speen, veel hangt af van de signalen die we zien: zuigkracht, uithoudingsvermogen, manier van slikken. Wel is het onrustig om veel van speen of fles te wisselen. Een kind moet de tijd krijgen om te leren omgaan met wat het in zijn mond krijgt.


Als er te veel voeding tegelijk komt, kan je kindje het niet verwerken. Het is dan handig om, in geval van borstvoeding, van tevoren wat melk af te kolven, of bij flesvoeding een speen met een kleinere opening te kiezen. De fles kan ook eerst op de kop gehouden worden, net zolang tot er geen melk meer uitdruppelt.

Bij veel verslikken kan het helpen de voeding wat in te dikken. Daar zijn verschillende producten voor op de markt. De kinderarts of diëtist kan hierbij adviseren.

Als borst- of flesvoeding echt niet lukt, kan overwogen worden fingerfeeding of cupfeeding te geven.

Tips bij lepelvoeding

Zorg voor een goede houding. Voor actief afhappen moet de kin een beetje naar de borst kunnen bewegen. Kies een niet te grote lepel. De lepel moet goed in de mond van je kindje passen en mag ook niet te diep zijn.
De samenstelling van de voeding moet zo zijn dat er geen klontjes in zitten en de hap moet niet te vloeibaar zijn. Hoe dunner de samenstelling, hoe meer kans op verslikken.
Om te leren afhappen van een lepeltje, moet met name de bovenlip actief worden. Dit kun je een beetje uitlokken door de lepel min of meer recht uit de mond te halen. Als we de lepel afschrapen aan de bovenlip, komt de voeding in de mond zonder dat er een beroep op de activiteit van de mondmotoriek gedaan wordt.

Tips bij het kauwen

Zoek eerst een goede houding, waarbij je kindje het hoofd goed recht op de romp heeft (een zogenaamde lange nek). Begin met kleine stukjes brood, al dan niet gedoopt in een beetje melk of soep, of een babykoekje. Het laatste wordt heel snel zacht in de mond.

Stop het stukje tussen de kaken, min of meer in de wangzak. Leg je het stukje voor op de tong, dan wordt het stukje er meestal snel weer uitgewerkt door een voorwaartse tongbeweging, of je kindje gaat er op sabbelen. Wissel af tussen links en rechts.

Drinken uit een bekertje

Zoek een goede houding. De kans op verslikken is bij drinken extra groot, omdat vloeistof gemakkelijk alle kanten op loopt. Let dus op een lange nek.

Er zijn allerlei soorten en maten bekers te koop. Het gemakkelijkst is een beker waarbij je goed kan zien of de vloeistof bijna de lippen raakt. Dat voorkomt gieten. Je kindje moet zelf leren de vloeistof aan te zuigen en de grootte van de slok leren bepalen. Ga dus niet gieten!
|
Begin met een beetje dikke vloeistof, bijvoorbeeld yoghurt of vla met een beetje melk Eventueel gebruik maken van verdikkingsmiddelen.

Hoe lang mag een maaltijd duren?

Daar zijn geen absolute richtlijnen voor. Vaak voel je als ouder zelf wel aan waar de grens ligt van wat je acceptabel vindt of aan kunt. Gemiddeld genomen is een half uur tot driekwartier een goed gemiddelde.

Speekselcontrole

Bij een slechte speekselcontrole (als er veel gekwijld wordt) is er bijna nooit sprake van een teveel aan speeksel. Meestal komt het, doordat er geen goede, effectieve slikbeweging is, of omdat het slikken nog niet geautomatiseerd is. Oorzaken hiervoor kunnen zijn een slechte spierspanning in het mondgebied, niet goed ontwikkelde mondfuncties, problemen met de gevoeligheid in het mondgebied, maar bijvoorbeeld ook als gevolg van bepaald medicijngebruik. Als je kindje tijdelijk weer een beetje gaat kwijlen, kan dat te maken hebben met het doorkomen van tanden of kiezen of als het erg veel last heeft van een verstopte neus.

In tegenstelling tot wat vaak beweerd wordt, heeft kwijlen niets te maken met het drinken van melk of melkproducten. Daardoor wordt alleen het speeksel in de mond soms wat taaier. Dit verschijnsel zien we ook wel na het drinken van appelsap. Naspoelen met een slokje water of wat thee lost dit probleem op.


Samengevat: Hier zijn enkele (begin)tips gegeven voor het oplossen van veel voorkomende problemen.

Algemeen advies

Blijf niet te lang rommelen. Op tijd advies inwinnen kan veel narigheid voorkomen. Een beetje steun en begrip helpt al bij het voorkomen van stress en het gevoel iets niet goed te doen.
Wie kan er ingeschakeld worden? Afhankelijk van de oorzaak van het voedingsprobleem zal er deskundigheid ingeroepen moeten worden. Tegenwoordig wordt vaak de hulp van een logopedist gezocht. Logopedisten die een bij- of nascholingscursus gevolgd hebben op het gebied van eet- en drinkproblemen (bijvoorbeeld de pre-logopediecursus) zijn gespecialiseerd in deze problematiek.