Word lid!

Gebitsverzorging

Problemen

 

Bij kinderen met MCG/EMB geeft de gebitsverzorging vaak problemen. Veel voorkomende problemen die de verzorging van het gebit bemoeilijken, zijn:

  • Overgevoeligheid in en rond de mond bemoeilijkt de gebitsverzorging, doordat je kind het tanden poetsen als vervelend ervaart.
  • Ongecontroleerde bewegingen van de tong en lippen.
  • De aanwezige bijtreflex en/of zuig/slikreflex.

 

Tips bij de gebitsverzorging

Bij poetsen kun je letten op de houding, mondcontrole, soort tandenborstel en de poetstechniek.

 

Houding
Houd het hoofd van je kind licht voorovergebogen. De overgevoeligheid in en rond de mond vermindert hierdoor. Ook wordt het kokhalzen (wurgreflex) geremd.
Als je kind niet (goed) kan zitten, is het eenvoudiger in liggende positie de tanden te poetsen, bijvoorbeeld op een aankleedkussen. Verhoog het hoofdeinde, waardoor het hoofd iets gebogen ligt. Dit voorkomt ook overmatig strekken. Blijft je kind zich toch strekken, buig dan de benen.
In zit is het belangrijk het hoofd licht naar voren te buigen. Dit gaat het strekken tegen en zorgt voor een verminderde overgevoeligheid in en om de mond. Wil je meer informatie over de houding, het leggen van druk op de kin enz., danis het verstandig een logopedist of ergotherapeut om uitleg te vragen.

 

Mondcontrole
Het geven van mondcontrole tijdens het tandenpoetsen kan de overgevoeligheid in de mond verminderen. Met mondcontrole geef je je kind de kans de sterke prikkels van het poetsen beter te verdragen. 

Ook kun je met mondcontrole de verkeerde bewegingen in de mond, zoals sabbelen, bijtreflex en kokhalzen (verhoogde wurgreflex) afremmen en de juiste bewegingen, zoals mond- en lipsluiting stimuleren. Kinderen met een overgevoeligheid in het gezicht vinden mondcontrole vervelend en zullen zich hiertegen verzetten.

Een ergotherapeut of logopedist kan uitleg geven over de technieken voor de mondcontrole. 

 

Tandenborstels

Poets-oefensetjes. Er zijn speciale poets-oefensetjes (bijv. van Nuby) verkrijgbaar, waarmee het poetsen geoefend kan worden bij de eerste tandjes. Het setje bestaat uit drie borsteltjes. Het eerste borsteltje heeft zachte rubbertjes in plaats van haartjes. Dit wordt kauwborsteltje genoemd. Het tweede borsteltje heeft zachte rubbertjes aan één kant. Het derde borsteltje is een kleine variant van een tandenborstel. Tandpasta hoeft hierbij niet gebruikt te worden.

 

Poetsvinger. Een poetsvinger kan om je vinger geschoven worden. Deze bevat aan één kant zachte haartjes, waarmee je de eerste tandjes kunt poetsen en het tandvlees kunt masseren. Ook hierbij is het niet noodzakelijk om tandpasta te gebruiken.

 

Gewone tandenborstel. Als je kind ouder is, kun je kiezen voor een gewone tandenborstel. Bij het aanschaffen van een tandenborstel kun je rekening houden met de volgende tips:

  • De kop moet klein en smal zijn.
  • De haren moeten soft of medium zijn.
  • De kop moet een gelijke lengte haren hebben.
  • De borstel moet een lang handvat hebben.
  • Multi tufted tandenborstels (tandenborstel met veel haren in de kop) zijn aan te raden.

 

Elektrische tandenborstel. Een elektrische tandenborstel heeft voor- en nadelen:
Voordelen:

  • Poetsen gaat sneller.
  • Het handvat van de tandenborstel is dikker en biedt meer houvast.
  • Meer zelfstandigheid van je kind, doordat de tandenborstel minder beweging van de hand vraagt.
  • Door de trillingen poetst de tandenborstel grondiger dan een gewone. Ook het tandvlees wordt beter gemasseerd.

Nadelen:

  • De tandenborstel maakt geluid en dit maakt sommige kinderen angstig.
  • De tandenborstel geeft meer prikkels en dit kan strekken tot gevolg hebben.
  • Tandvleesbeschadiging kan optreden wanneer de borstel te lang op het tandvlees wordt geplaatst. Meestal laat een kind lang poetsen niet toe.
  • Het kan langer duren (maar hoeft niet) voordat het kind aan een elektische tandenborstel gewend is. Door sommige kinderen worden de trillingen juist als prettig ervaren.

 

Naar boven

Poetstechniek

De gevoeligheid in en om de mond verschilt. De buitenkant van de mond is minder gevoelig dan de binnenkant. Het tandvlees is gevoeliger aan de binnenkant dan aan de buitenkant. Bovenin de mond is het minder gevoelig dan onderin. Ook is er verschil in gevoeligheid tussen links en rechts. De gevoeligheid is te herkennen aan overmatig kwijlen. Ook zal je kind het poetsen meer afweren wanneer je de gevoelige kant bereikt. Het poetsen gaat gemakkelijker als je van de minst gevoelige naar de meer gevoelige kant van de mond gaat. Je kind kan wennen aan de prikkels van het tandenpoetsen. Het kan zich ook aanpassen aan de reacties als kokhalzen en bijten, die door het tanden poetsen ontstaan.

Poets in een vaste volgorde:

  • Poets vanuit het midden naar opzij/achteren en terug. Begin bij de snijtanden en ga naar de kiezen, vervolgens terug naar de snijtanden. Hierna volgt de andere kant.
  • Begin aan de minst gevoelige kant (links of rechts) met poetsen van tanden en tandvlees.
  • Begin bovenin met poetsen van tanden en tandvlees. Begin met poetsen op het tandvlees en ga geleidelijk richting de tanden. De meeste etensresten en tandplak zitten tussen de overgang van tandvlees naar tanden, speciale aandacht hiervoor is noodzakelijk.
  • Begin aan de buitenkant van de tanden. Hierbij haal je de tandenborstel niet uit de mond. Het is praktisch als je kind de tanden en kiezen op elkaar kan zetten en houden. Hierdoor ontstaat meer ruimte aan de buitenkant om te poetsen en wordt verminderd de kans op kokhalzen, kwijlen, bijten en verslikking. Hierna poets je de binnenkant van de tanden en daarna de kauwvlakken van de kiezen, zonder de borstel uit de mond te halen.

 

Het uitspugen kan het beste met behulp van mondcontrole. Als je tijdens het spugen hoofd en romp naar voren brengt, gaat dit eenvoudiger. Na het uitspugen kun je de mondcontrole aanhouden en voorzichtig de mond afdeppen. Afdeppen geeft minder prikkels dan afvegen. Als je kind niet kan uitspugen, kan je kind doorslikken. Tandpasta met een laag fluoridegehalte is aan te raden. De zogeheten peutertandpasta kun je hiervoor gebruiken.
Poets bij een sterke bijtreflex in het begin alleen de buitenkant.
Lukt het poetsen niet met een tandenborstel? Haal dan de tandplak weg met een droge doek of een droog gaasje.

 

Bij ontstoken tandvlees kun je een gaasje dompelen in een fysiologische zoutoplossing of kamillethee. Dit werkt ontsmettend en helend. Voor een frisse smaak kun je een mondspray gebruiken.
Begin vroeg met poetsen van tanden en masseren van tandvlees. Hoe eerder je hiermee begint, hoe eerder je kind eraan went.
Gebruik een milde, niet-schuimende tandpasta, om overprikkeling te voorkomen.

Naar boven