Word lid!

Welke therapeut voor welke vragen?

Er zijn allerlei therapieën die jouw kind kunnen helpen in zijn of haar ontwikkeling. Bij welke therapeuten kun je allemaal terecht? En waarvoor precies?

De ergotherapeut richt zich op de motoriek en de zintuigen

De ergotherapeut probeert de handmotoriek van je kind te verbeteren. Ook stimuleert de ergotherapeut het gebruik van de zintuigen en de verwerking van prikkels. Verder helpt de ergotherapeut ook bij het zo zelfstandig mogelijk leren functioneren. Dan kun je denken aan dingen als aan- en uitkleden, wassen en voortbewegen. En ten slotte denkt de ergotherapeut met je mee over de hulpmiddelen of voorzieningen die je kind nodig heeft.

De logopedist richt zich op praten, eten en drinken

Kauwen, zuigen, slikken, praten: allemaal vaardigheden waarbij de mond een rol speelt. Als je kind hier moeite mee heeft, kunnen jullie terecht bij de logopedist. Die oefent met jouw kind de mondmotoriek. Ook helpt de logopedist bij het leren praten en communiceren. Komt het praten niet op gang? Dan kan er gekeken worden naar alternatieve communicatie. Dan kun je bijvoorbeeld denken aan het ondersteunen met gebaren of met een praatcomputer.

De fysiotherapeut behandelt de (grove) motoriek van je kind

De fysiotherapeut oefent met je kind het zo zelfstandig mogelijk leren bewegen. Welke oefeningen dat precies zijn? Dat hangt af van wat je kind kan en wil. De fysiotherapeut kan ook behandelen om zoveel mogelijk de bewegingen die lukken te behouden.

De diëtist richt zich op het eten en drinken

Eten en drinken is voor kinderen met een beperking vaak moeilijk. Ze hebben problemen met hun mondmotoriek; slikken en kauwen kunnen lastig zijn. De diëtist onderzoekt welke voeding het prettigst en het beste is voor je kind.

De orthopedagoog volgt de algehele ontwikkeling van je kind

In een multidisciplinair team is vaak een orthopedagoog aanwezig.

Een speciale tandarts kan ook fijn zijn voor je kind

Zo'n tandarts weet om te gaan met kinderen met een beperking. En dat is wel zo prettig, want veel kinderen met een ernstige meervoudige beperking zijn bijvoorbeeld spastisch of erg gevoelig in hun mond.