Word lid!

Corrigerende kaakoperaties

Correctie

Een corrigerende kaakoperatie vindt meestal plaats wanneer de bovenkaak te klein en/of de onderkaak te groot is. De mond- kaak- en aangezichtschirurg (MKA-chirurg, voorheen kaakchirurg) kan na overleg met de orthodontist en de tandarts de positie van de kaken corrigeren met een operatie. Hij overlegt welke ingreep het beste is voor je kind en wanneer hij deze kan doen. Hij corrigeert de bovenkaak, de onderkaak en/of de kin.

 

Osteotomie

Onderontwikkeling van de bovenkaak komt regelmatig voor bij kinderen met schisis. Voor een deel is dit is het gevolg van de lip-, gehemelte- en kaaksluiting op jonge leeftijd. Deze operaties veroorzaken littekens, die de groei van de bovenkaak belemmeren. Daardoor kan sprake zijn van een plat middengezicht.

Om deze onderontwikkeling te corrigeren, vindt traditioneel een osteotomie van de bovenkaak plaats. Dit wordt Le Fort 1 osteotomie genoemd, naar de Franse chirurg René Le Fort. Le Fort ontdekte dat breuken in het gezicht een bepaald patroon hebben en paste deze toe tijdens operaties aan neus en kaak.

Tijdens deze operatie maakt de MKA-chirurg de bovenkaak los van het aangezichtsskelet en fixeert deze na verplaatsing met platen en schroeven in de gewenste eindpositie. De operatie kan worden gedaan wanneer de kaak is uitgegroeid (na het achttiende jaar).

 

Distractie osteogenese

Vanaf het begin van deze eeuw is er een nieuwe behandeling, genaamd distractie osteogenese. Bij distractie osteogenese vormt zich nieuw bot door het stap voor stap uit elkaar bewegen van botfragmenten. Deze behandeling kan al tijdens de puberteit worden toegepast.

Een schroefsysteem (distractor) zorgt ervoor dat de bovenkaak in kleine stapjes naar voren wordt gebracht, nadat een operatie heeft plaatsgevonden. Dit kan een uitwendig of inwendig systeem zijn, afhankelijk van de situatie. Om de verplaatsing goed te kunnen begeleiden, is een vaste beugel nodig.

Deze verplaatsing duurt ongeveer twee tot drie weken. In bepaalde gevallen kiest de chirurg voor een langere periode. De arts zal proberen de bovenkaak iets verder te verplaatsen dan de uiteindelijk gewenste situatie. Als de verplaatsing heeft plaatsgevonden, blijft de distractor nog drie maanden op zijn plaats, zodat alles goed kan vastgroeien.

Na het operatief verwijderen van de distractoren, is een vaste en uitwendige beugel voor de nacht nodig om de bovenkaak op zijn plaats te houden.

 

Voor- en nadelen

Beide behandelingen (osteotomie en distractie osteogenese) hebben voor- en nadelen. Het is belangrijk om die goed tegen elkaar af te wegen in overleg met de betrokken artsen.

Soms is na een corrigerende kaakoperatie ook een correctie van neus en/of lip nodig.